heinric_van_veldeken_codex_manesse
In den tiden dat die rosen

  

In den tiden dat die rosen
tounen manech scone blat,
so vloeket men den blidelosen
die wroegere siin ane maneger stat,
want sie der minnen siin gehat
ende den minneren gerne nosen.
van den bosen moete Got ons losen !

Men darf den bosen niewet vloeken.
hen wirt dicke onsachte wé,
want sie warden ende loeken
alse dé sprenket in den sné.
des siin sie vele die mere gevé,
doch ne darf es nieman roeken,
want sie soeken peren op den boeken.

Heinric van Veldeken (ca. 1140 - 1210)

Hertaling:

In het seizoen dat de rozen
vele mooie blaadjes tonen
vervloekt men de vreugdelozen,
die overal aan het vitten zijn
omdat ze de liefde haten
en de liefde graag bestrijden met venijn.
Moge God de bozen lozen.

Men moet niet schelden op deze lieden,
want hun boosheid kan hen niet baten.
Immers, ze loeren en ze spieden,
alsof ze rondspringen in de sneeuw:
Omdat ze zo boosaardig zijn,
zijn ze niemands aandacht waardig,
want ze zoeken peren aan de beuken.


 


© Hertaling van Lepus