|
In d'ijskoude vroege morgen stapt een venus op 't trottoir; 't blonde kopje zonder zorgen als een ordeloos boudoir.
Vroege werklui stappen dreunend op het grauwe makadam; hevig rinkelend rijdt, en kreunend op de rails, een vroege tram.
Verder glijdt met korte stapjes 't blondje met wat moe gelaat, en ze hoort de vuile grapjes van de werklui in de straat.
't Venusdiertje trad voorzichtig uit het zalig zondenest; 't wipt de tram in en doorzichtig nu naar huis de dorst gelest.
Gaston Burssens
Uit : Verzen. Mechelen, 1918. |