untitled_002
De bruiloft van Kana : Hieronymus Bosch Museum Boymans-van Beuningen
'De bruiloft van Kana'

 

 

Het gedicht van Pé Hawinkels 

overgenomen van : www.bijbelencultuur.nl

  

   Er ís iets met dit banket.

Men late de twee gluiperige honden
Even voor wat ze zijn, - sture
Zijn blik eens op excursie
Langs de gezichten der gasten,
De plooival van hun kleding, om aan
Te landen bij het oude wijf, dat geil & zat
Te grinniken zit en de doedelzak vingert,
En bij de ongure geestelijke, die op
De achtergrond zo zijn eigen altaartje
Beheert, - dat verheft niet,
Dat drukt terneer.
 
Die messen, liggen die op tafel
Voor het brood, dat hard als keien oogt?
Wat zijn dat precies voor takjes?
Hoe komt het dat deze kleuren
En schaduwen, deze licht- & plooival
Zo gedrapeerd lijkt, zo opzettelijk.
Als bedoeld om iets te verbergen?
 
Ook de statige, zeer beheerste
Bruiloftsgasten kijken zo, zonder uit-
Zonderingen: zij weten meer
Dan ze weten willen, zij houden
't Gezicht in de plooi, zoals het beeldje
Op een van de zuilen, - op de ander
Is het ongeveinsde dichter bij.
 
Het kan aan de kijkers liggen,
Maar hier gaat iets losbarsten. Geen
Storm, niet, zoals men misschien geneigd is
Aan te nemen, hier ín, iets met de kruiken,
De bekers en het eetbaar gedierte, —
Dat is maar voor de vorm. Hier méé:
Misschien barsten de gasten open als knoppen,
Vloeit uit hen & dwars door hen heen
Een ontzaglijk braaksel of lava.
Zal heel dit banket veranderen
In een verschrikkelijke diepzeebodem.
Verwonderen zou 't hier niemand,
Daar ziet het naar uit, zeker
De planten niet, die over de schouders
Van het kozijn naar binnen gluren,
Of het gobelin op één van de muren.
 
Dit feestmaal in de mensenwereld balanceert
Op 't scherp van een val terug of vooruit,
In beide gevallen naar een onuitsprekelijk
Bestiarium en dito vegetatie.